|
||||||||||||||||||||
| |
En het is net dit onderzoek dat daarvoor het meest wordt gebruikt. Concreet tracht men zodoende de haarwortels en hun gezondheid nader te bestuderen.
Gezien men nood heeft aan de haarwortels als dusdanig, zullen eerst verschillende plukken haar worden aangewezen om te worden geëpileerd. Het gaat hierbij om in totaal tussen de 50 en de 100 haren. De geneesheer zal daarom willekeurige plukjes haar aanduiden en afzonderen, door het omringend haar opzij te houden met een klem. Vervolgens zullen deze plukjes, indien nodig althans, worden kortgeknipt. Uiteindelijk zullen de geselecteerde haren worden geëpileerd door
middel van een plaklint, waaraan de te bestuderen haartjes en haarwortels
zullen blijven plakken. De zo losgekomen haren worden tenslotte microscopisch onderzocht, vooral ter hoogte van de haarwortels. De studie van de haarwortels zal eerst bepalen in welke levensfase deze haren zich bevinden. Zodoende zullen drie haartypes worden onderscheiden: de anagene, de katagene en de telogene haartypes. Het is nu net de verhouding tussen het aantal van deze verschillende
types, die bepalend zal zijn voor de diagnose. Ruwweg gesteld is 10% telogene
haren zeer goed. Vanaf 35% telogene haren kan men spreken van een potentieel
probleem.
|
|
||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||